12.5 Grondslagen van waardering in de jaarrekening
Algemeen
Toegelaten instelling
SallandWonen is een stichting met de status van ‘toegelaten instelling volkshuisvesting’. Zij heeft specifieke toelating in de regio Zwolle/Stedendriehoek en is werkzaam binnen de juridische wetgeving vanuit de Woningwet en het Besluit Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting. De statutaire vestigingsplaats is Raalte, de feitelijke vestigingsplaats is Raalte. De activiteiten bestaan voornamelijk uit de exploitatie en ontwikkeling van onroerende zaken. SallandWonen is ingeschreven bij het handelsregister Kamer van Koophandel onder nummer 38013279.
Toegepaste standaarden
De jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met de bepalingen van het Besluit Toegelaten instellingen volkshuisvesting (BTIV), de regeling toegelaten Instelling Volkshuisvesting (RTIV), de toepassing Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (‘WNT’), Titel 9 Boek 2 BW, Hoofdstuk 645 van de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving, de handleiding functionele indeling 2022 en de stellige uitspraken van de overige hoofdstukken van de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving, uitgegeven door de Raad voor de Jaarverslaggeving.
Schattingen
De jaarrekening wordt overeenkomstig BW2 Titel 9 opgesteld. Het management dient daartoe bepaalde veronderstellingen en schattingen te maken die van invloed zijn op de waardering van activa en verplichtingen, op de resultaatbepaling en de rapportage van voorwaardelijke activa en verplichtingen. De volgende waarderingsgrondslagen zijn naar de mening van het management het meest kritisch voor het weergeven van de financiële positie en vereisen een subjectieve of complexe beoordeling van het management:
- Vastgoedbeleggingen, reële waarde, voor een nadere toelichting zie Vastgoedbeleggingen
- Timing en verwerking van onrendabele investeringen nieuwbouw en herstructurering, voor een nadere toelichting zie Voorziening onrendabele investeringen nieuwbouw
- Verwerking fiscaliteit, de berekening van de fiscale positie is in overeenstemming met de fiscale wet- en regelgeving, vaststellingsovereenkomst (VSO-2) en afspraken die met de fiscus gemaakt zijn.
Grondslagen voor consolidatie
De geconsolideerde jaarrekening omvat de financiële gegevens van SallandWonen en haar groepsmaatschappijen en andere rechtspersonen waarop overheersende zeggenschap kan worden uitgeoefend dan wel waarover de centrale leiding bestaat. Groepsmaatschappijen zijn deelnemingen waarin SallandWonen een meerderheidsbelang heeft, of waarin op een andere wijze een beleidsbepalende invloed kan worden uitgeoefend. Participaties die worden aangehouden om ze te vervreemden worden niet geconsolideerd. Nieuwverworven deelnemingen worden in de consolidatie betrokken vanaf het tijdstip waarop beleidsbepalende invloed kan worden uitgeoefend. Afgestoten deelnemingen worden in de consolidatie betrokken tot het tijdstip van beëindiging van deze invloed.
In de geconsolideerde jaarrekening zijn intercompany transacties, intercompany winsten en onderlinge vorderingen en schulden tussen groepsmaatschappijen geëlimineerd. De groepsmaatschappijen zijn integraal geconsolideerd, waarbij het minderheidsbelang van derden afzonderlijk tot uitdrukking is gebracht indien dit van toepassing is. Proportioneel in de consolidatie worden opgenomen deelnemingen in verbindingen voor zover eenzelfde invloed op het beleid kan worden uitgeoefend als door elk der overige participanten.
Naast de toegelaten instelling zijn de volgende entiteiten in de consolidatie begrepen:
- Het Saalien Holding BV te Raalte (100%)
- Het Saalien Ontwikkeling BV te Raalte (100%)
In 2005 is SallandWonen een samenwerkingsverband aangegaan met Bouwbedrijf Nikkels. Dit samenwerkingsverband is vormgegeven in een vennootschap onder firma genaamd Vof Olst Oost en heeft als doel de herontwikkeling van de locatie met opstallen van Aberson te Olst. Het belang van 50% in het samenwerkingsverband was ondergebracht in Het Saalien Ontabe BV, een 100% deelneming van Het Saalien Holding BV. Op 31 januari 2022 is de beëindigingsovereenkomst voor het ontbinden van de Vof Olst Oost getekend. Het belang van 50% van Saalien Ontabe BV is door Bouwbedrijf Nikkels overgenomen voor €788.000. Dit staat gelijk aan de commerciële boekwaarde van het belang. Het commerciële resultaat van de beëindiging van het samenwerkingsverband is nihil. In het verleden is er commercieel afgewaardeerd op de grondposities binnen de Vof, deze afwaardering is fiscaal niet gevolgd. De verkoop van het 50% belang resulteert daarom in een fiscaal verlies van € 303.000. Na de beëindiging van het samenwerkingsverband resteren er geen bedrijfsactiviteiten in Het Saalien Ontabe BV, deze BV is per 31 oktober 2022 geliquideerd. Het saldo liquide middelen is overgegaan naar de 100% aandeelhouder, Het Saalien Holding BV.
Grondslagen voor de waardering van activa en passiva en de resultaatbepaling
De grondslagen die worden toegepast voor de waardering van activa en passiva en de resultaatbepaling zijn gebaseerd op actuele waarde tenzij anders vermeld. Een actief wordt in de balans opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de toekomstige economische voordelen naar de toegelaten instelling zullen toevloeien en de waarde daarvan betrouwbaar kan worden vastgesteld. Een verplichting wordt in de balans opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de afwikkeling daarvan gepaard zal gaan met een uitstroom van middelen en de omvang van het bedrag daarvan betrouwbaar kan worden vastgesteld.
In de jaarrekening worden naast juridische verplichtingen tevens feitelijke verplichtingen verantwoord, die kunnen worden gekwantificeerd als “intern geformaliseerd en extern gecommuniceerd”. Een feitelijke verplichting is gekoppeld aan het besluitvorming- en communicatieproces rondom projectontwikkeling en herstructurering.
Baten worden in de winst-en-verliesrekening opgenomen wanneer een vermeerdering van het economisch potentieel, samenhangend met een vermeerdering van een actief of een vermindering van een verplichting, heeft plaatsgevonden, waarvan de omvang betrouwbaar kan worden vastgesteld. Lasten worden verwerkt wanneer een vermindering van het economisch potentieel, samenhangend met een vermindering van een actief of een vermeerdering van een verplichting, heeft plaatsgevonden, waarvan de omvang betrouwbaar kan worden vastgesteld.
Indien een transactie ertoe leidt dat nagenoeg alle of alle toekomstige economische voordelen en alle of nagenoeg alle risico’s met betrekking tot een actief of verplichting aan een derde zijn overgedragen, wordt het actief of de verplichting niet langer in de balans opgenomen. Verder worden activa en verplichtingen niet meer in de balans opgenomen vanaf het tijdstip waarop niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden van waarschijnlijkheid van de toekomstige economische voordelen en betrouwbaarheid van de bepaling van de waarde.
De opbrengsten en kosten worden toegerekend aan de periode waarop zij betrekking hebben. Opbrengsten worden verantwoord indien alle belangrijke risico’s met betrekking tot de transactie zijn overgedragen aan de koper.
De jaarrekening wordt gepresenteerd in euro’s, de functionele valuta.
Verbonden partijen
Als verbonden partij worden aangemerkt alle rechtspersonen waar overheersende zeggenschap, gezamenlijke zeggenschap of invloed van betekenis kan worden uitgeoefend. Ook rechtspersonen die overwegende zeggenschap kunnen uitoefenen worden aangemerkt als verbonden partij. Transacties van betekenis met verbonden partijen worden toegelicht voor zover deze niet onder normale marktvoorwaarden zijn aangegaan. Hiervan wordt toegelicht de aard en de omvang van de transacties en andere informatie die nodig is voor het verschaffen van inzicht.
Grondslagen van balanswaardering in de jaarrekening
Vastgoedbeleggingen
1. Vastgoed in exploitatie DAEB en niet-DAEB bezit
Binnen de onroerende zaken in exploitatie worden de volgende typen vastgoed onderscheiden:
- woongelegenheden (eengezinswoningen, meergezinswoningen, studenteneenheden en extramurale zorgeenheden)
- bedrijfsmatig en maatschappelijk onroerend goed
- parkeergelegenheden (parkeerplaatsen en garages)
- intramuraal zorgvastgoed.
De onroerende zaken exploitatie worden op objectniveau geclassificeerd naar DAEB en niet-DAEB-vastgoed, rekening houdend met de criteria van de Beschikking van de Europese Commissie van 15 december 2009 aangaande de staatssteun voor toegelaten instellingen, en gebaseerd op de beschikking scheidingsplan. DAEB-vastgoed betreft conform deze criteria de woningen met een huurprijs per contractdatum tot aan de huurliberalisatiegrens en het maatschappelijk vastgoed. Maatschappelijk vastgoed is bedrijfs-onroerend goed dat wordt verhuurd aan maatschappelijke organisaties, waaronder zorg-, welzijn-, onderwijs- en culturele instellingen en dienstverleners en tevens is vermeld op de bijlage zoals deze is opgenomen in de EC-beschikking van 15 december 2009. Niet-DAEB-vastgoed omvat overeenkomstig de eerdergenoemde criteria de woningen met een huurprijs per contractdatum boven de huurliberalisatiegrens en het bedrijfsmatig vastgoed (niet zijnde maatschappelijk vastgoed).
SallandWonen hanteert de full versie binnen het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde.
Waardering bij eerste verwerking
Bij de eerste verwerking worden de onroerende zaken in exploitatie gewaardeerd tegen de kostprijs. De kostprijs omvat de verkrijgings- of vervaardigingsprijs, inclusief transactiekosten en verminderd met eventuele investeringssubsidies. De verkrijgings- of vervaardigingsprijs wordt bepaald als de som van de bestede externe kosten en de direct hieraan toerekenbare kosten. Reclassificatie van vastgoed in ontwikkeling naar onroerende zaken in exploitatie geschiedt tegen de kostprijs verminderd met de eventueel hierop reeds in mindering gebrachte voorziening voor onrendabele investeringen.
Waardering na eerste verwerking
Na eerste verwerking worden de onroerende zaken in exploitatie gewaardeerd tegen actuele waarde, overeenkomstig artikel 35 lid 2 van de Woningwet. Onder actuele waarde wordt in dit verband verstaan de marktwaarde overeenkomstig het marktwaardebegrip onderhandse verkoopwaarde in verhuurde staat. Voortvloeiend uit artikel 14 van de Regeling Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting (RTIV) is deze marktwaarde bepaald conform het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde – Actualisatie peildatum 31 december 2022, derhalve de marktwaarde in verhuurde staat. De marktwaarde in verhuurde staat is benaderd door de contante waarde van de geschatte toekomstige kasstromen te bepalen (discounted cashflow methode).
Na eerste verwerking wordt een waardevermindering of – vermeerdering van de kostprijs als gevolg van de waardering tegen actuele waarde bepaald op complexniveau. De waardevermindering of - vermeerdering wordt in het resultaat verantwoord als ‘Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedbeleggingen’.
Complexindeling
Om de marktwaardewaardering van het onroerend goed in exploitatie te bepalen, zijn alle verhuureenheden opgedeeld in waarderingscomplexen. Een waarderingscomplex is een samenstel van verhuureenheden dat in principe bestaat uit vergelijkbare verhuureenheden voor wat betreft type vastgoed, bouwperiode en locatie, en dat als één geheel in verhuurde staat aan een derde partij kan worden verkocht. Alle verhuureenheden maken deel uit van een waarderingscomplex of zijn een afzonderlijk waarderingscomplex.
Door exploiteer- en uitpondscenario
De geschatte toekomstige kasstromen worden bepaald op basis van de discounted cashflow (‘DCF’) methode. Voor woon- en parkeergelegenheden vindt de bepaling van de toekomstige inkomende en uitgaande kasstromen plaats aan de hand van enerzijds het door exploiteerscenario en anderzijds het uitpondscenario, mede op basis van artikel 31 van het Besluit Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting (BTIV). De marktwaarde in verhuurde staat is op waarderingscomplex niveau bepaald op basis van de hoogste waardering van het door exploiteer- of uitpondscenario, beide berekend op basis van de contante waarde van inkomende en uitgaande kasstromen. Indien de taxateur dit beter acht kan hiervan worden afgeweken.
Het door exploiteerscenario veronderstelt dat verhuureenheden worden doorverhuurd, waarbij elk jaar bij een deel van de verhuureenheden de huurder verhuist. Bij de leegkomende verhuureenheden wordt verondersteld dat die eenheid opnieuw wordt verhuurd, waarbij de huur na mutatie wordt aangepast naar de potentiële huur op basis van de markthuur of de maximale huur op basis van het woningwaarderingsstelsel. Aan het einde van een 15-jarige DCF-periode wordt een eindwaarde opgenomen. De kasstromen in de 15-jarige DCF-periode en deze eindwaarde worden vervolgens contant gemaakt naar balansdatum en opgeteld. De eindwaarde wordt bepaald op basis van de veronderstelling van door exploiteren met een voortdurende looptijd, waarbij de afzonderlijke kasstromen zich ontwikkelen met de eigen groeivoet. Voor bedrijfsmatig en maatschappelijk vastgoed alsmede voor studentencomplexen, parkeergelegenheden en intramuraal zorgvastgoed is alleen het door exploiteerscenario van toepassing.
Het uitpondscenario veronderstelt dat verhuureenheden bij mutatie leeg worden verkocht. In tegenstelling tot het door exploiteerscenario wordt de huur voor deze verhuureenheden niet aangepast, maar wordt daarvoor in de plaats de verwachte verkoopkasstroom opgenomen. Aan het einde van een 15-jarige DCF-periode wordt een eindwaarde van de nog niet verkochte verhuureenheden opgenomen. De kasstromen in de 15-jarige DCF-periode en deze eindwaarde worden vervolgens contant gemaakt naar balansdatum en opgeteld. De eindwaarde wordt bepaald op het verder uitponden van de aan het eind van het 15e jaar nog niet verkochte woongelegenheden, waarbij de mutatiekans met 50% wordt gehalveerd ten opzichte van de mutatiekans in het door exploiteerscenario.
Macro economische parameters
Om de te verwachten kasstromen in de DCF-berekening te bepalen, wordt gebruik gemaakt van de macro-economische parameters:
| Parameters woongelegenheden | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 | 2026 EV |
|---|---|---|---|---|---|
| Prijsinflatie | 9,90% | 2,60% | 2,30% | 2,00% | 2,00% |
| Loonstijging | 2,90% | 3,70% | 3,30% | 3,30% | 3,30% |
| Bouwkostenstijging | 7,80% | 3,70% | 3,30% | 3,30% | 3,30% |
| Leegwaardestijging | -3,69% | -2,50% | 2,00% | 2,00% | 2,00% |
| Instandhoudingsonderhoud EGW | 1.728 | 1.728 | 1.728 | 1.728 | 1.728 |
| Instandhoudingsonderhoud MGW | 1.615 | 1.615 | 1.615 | 1.615 | 1.615 |
| Mutatieonderhoud EGW | 1.004 | 1.004 | 1.004 | 1.004 | 1.004 |
| Mutatieonderhoud MGW | 994 | 994 | 994 | 994 | 994 |
| Beheerkosten EGW | 481 | 481 | 481 | 481 | 481 |
| Beheerkosten MGW | 472 | 472 | 472 | 472 | 472 |
| Beheerkosten zorgeenheid extramuraal | 435 | 435 | 435 | 435 | 435 |
| Belastingen, verzekeringen en overige zakelijke lasten (% van de WOZ) | 0,07% | 0,07% | 0,07% | 0,07% | 0,07% |
| Huurstijging gereguleerde woningen | 0,00% | 2,90% | 3,70% | 3,30% | 2,50% |
| Huurstijging geliberaliseerde woningen | 0,00% | 3,90% | 2,60% | 2,30% | 2,00% |
| Huurderving (% van de huursom) | 1,00% | 1,00% | 1,00% | 1,00% | 1,00% |
| Mutatie leegstand | 0-3 mnd. | 0-3 mnd. | 0-3 mnd. | 0-3 mnd. | 0-3 mnd. |
| Verkoopkosten bij uitponden (% van de leegwaarde) | 1,00% | 1,00% | 1,00% | 1,00% | 1,00% |
In het door exploiteerscenario wordt de huur bij mutatie aangepast naar de markthuur of de maximale huur, afhankelijk of de woongelegenheid bij mutatie is te liberaliseren. Indien de maximale huur lager dan of gelijk is aan de huurliberalisatiegrens, dan is de nieuwe huur het minimum van de markthuur en de maximale huur volgens het woningwaarderingsstelsel.
Indien de maximale huur hoger is dan de liberalisatiegrens, is de nieuwe huur de markthuur. Voor splitsingskosten is een norm gehanteerd van € 571 per te splitsen eenheid. De overdrachts-kosten, bestaande uit overdrachtsbelasting alsmede notaris- en registratiekosten, bedragen 9% van de berekende waarde van een verhuureenheid.
| Parameters bedrijfsmatig en maatschappelijk onroerend goed | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 | 2026 EV |
|---|---|---|---|---|---|
| Instandhoudingsonderhoud BOG (€ per m2) | 6,5 | 6,5 | 6,5 | 6,5 | 6,5 |
| Instandhoudingsonderhoud MOG (€ per m2) | 7,5 | 7,5 | 7,5 | 7,5 | 7,5 |
| Mutatieonderhoud BOG (€ per m2) | 10,9 | 10,9 | 10,9 | 10,9 | 10,9 |
| Mutatieonderhoud MOG (€ per m2) | 13,2 | 13,2 | 13,2 | 13,2 | 13,2 |
| Beheerkosten BOG (% markthuur) | 3% | 3% | 3% | 3% | 3% |
| Beheerkosten MOG (% markthuur) | 2% | 2% | 2% | 2% | 2% |
| Belastingen, verzekeringen en overige zakelijke lasten (% van de WOZ) | 0,13% | 0,13% | 0,13% | 0,13% | 0,13% |
| Mutatie leegstand | 6 mnd. | 6 mnd. | 6 mnd. | 6 mnd. | 6 mnd. |
De overdrachtskosten, bestaande uit overdrachtsbelasting alsmede notaris- en registratiekosten, bedragen 9% van de berekende waarde van een verhuureenheid.
| Parameters parkeergelegenheden | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 | 2026 EV |
|---|---|---|---|---|---|
| Instandhoudingsonderhoud parkeerplaats (€) | 60 | 60 | 60 | 60 | 60 |
| Instandhoudingsonderhoud garagebox (€) | 202 | 202 | 202 | 202 | 202 |
| Beheerkosten parkeerplaats (€) | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 |
| Beheerkosten garagebox (€) | 41 | 41 | 41 | 41 | 41 |
| Belastingen, verzekeringen en overige zakelijke lasten (% van de WOZ) | 0,23% | 0,23% | 0,23% | 0,23% | 0,23% |
| Verkoopkosten (€) | 571 | 571 | 571 | 571 | 571 |
| Mutatie leegstand | 6 mnd. | 6 mnd. | 6 mnd. | 6 mnd. | 6 mnd. |
De overdrachtskosten, bestaande uit overdrachtsbelasting alsmede notaris- en registratiekosten, bedragen 9% van de berekende waarde van een verhuureenheid.
| Parameters intramuraal zorgvastgoed | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 | 2026 EV |
|---|---|---|---|---|---|
| Instandhoudingsonderhoud (€ per m2) | 10,5 | 10,5 | 10,5 | 10,5 | 10,5 |
| Mutatieonderhoud (€ per m2) | 13,2 | 13,2 | 13,2 | 13,2 | 13,2 |
| Beheerkosten (% markthuur) | 2,50% | 2,50% | 2,50% | 2,50% | 2,50% |
| Belastingen, verzekeringen en overige zakelijke lasten (% van de WOZ) | 0,13% | 0,13% | 0,13% | 0,13% | 0,13% |
| Mutatie leegstand | 6 mnd. | 6 mnd. | 6 mnd. | 6 mnd. | 6 mnd. |
De overdrachtskosten, bestaande uit overdrachtsbelasting alsmede notaris- en registratiekosten, bedragen 9% van de berekende waarde van een verhuureenheid.
Inschakeling taxateur
Conform het waarderingshandboek dienen de onroerende goederen in exploitatie bij full-waardering minimaal eens per drie jaar getaxeerd te worden door een onafhankelijke en ter zake kundig externe taxateur die is ingeschreven bij het Nederlands Register Vastgoed Taxateurs (NRVT – www.nrvt.nl). Voor het verslagjaar 2022 heeft SallandWonen in overleg met de externe accountant en taxateur besloten om het volledige bezit te taxeren. Voor de boekjaren 2023 en 2024 kan voor het gehele bezit worden volstaan met een markttechnische update. Het taxatiedossier is op aanvraag beschikbaar voor de Autoriteit Woningcorporaties.
Toepassing vrijheidsgraden
Om tot een marktconforme uitkomst te komen zijn bij het waarderen op basis van de full-variant de volgende vrijheidsgraden toegepast ten opzichte van de basisvariant uit het handboek modelmatig waarderen.
Woongelegenheden
| Vrijheidsgraad | Toelichting |
|---|---|
| Schematische vrijheid | Deze vrijheidsgraad is niet toegepast. |
| Markthuur (stijging) | De markthuur is als vrijheidsgraad gebruikt. De taxateur acht een eigen inschatting beter passend bij de portefeuille van SallandWonen. De taxateur heeft op complexniveau referenties geraadpleegd uit de NVM-database. Bandbreedte € 216-1705. De markthuurstijging is generiek toegepast. |
| Exit yield | Deze vrijheidsgraad is incidenteel toegepast. In enkele gevallen acht de taxateur een modelmatige eindwaardeberekening conform het Handboek niet realistisch. In die gevallen is de door de taxateur vastgesteld exit yield als vrijheidsgraad gehanteerd. Bandbreedte 0-11,5%. |
| Leegwaarde (stijging) | Zowel de leegwaarde als de leegwaardestijging zijn als vrijheidsgraad gebruikt. De taxateur acht een eigen inschatting beter passend bij de portefeuille van SallandWonen. De taxateur heeft op complexniveau referenties geraadpleegd uit de NVM-database. Bandbreedte 26.000 – 496.000 en -3,7-15,6%. |
| Disconteringsvoet | Deze vrijheidsgraad is toegepast. De taxateur is van mening dat de disconteringsvoet die tot stand komt op grond van de basisversie onvoldoende recht doet aan de afwijkende risicoprofielen van de complexen onderling, en heeft derhalve per complex een inschatting gemaakt van de disconteringsvoet. Deze inschatting is vastgelegd in het dossier en op verzoek verkrijgbaar. Bandbreedte 5,5-10,4%. |
| Onderhoud | Deze vrijheidsgraad is toegepast. De taxateur acht een inschatting van regulier onderhoud op basis van de Vastgoedtaxatiewijzer 2021 beter passend. Bandbreedte € 550-2.672. |
| Technische splitsingskosten | Deze vrijheidsgraad is niet toegepast. |
| Mutatie- en verkoopkans | Deze vrijheidsgraad is toegepast. In beginsel geldt de historische mutatiegraad als uitgangspunt. Bandbreedte 4-15%. |
| Bijzondere uitgangspunten | Deze vrijheidsgraad is niet toegepast. |
| Erfpacht | Deze vrijheidsgraad is niet toegepast. |
| Exploitatiescenario | Deze vrijheidsgraad is niet toegepast. |
BOG/MOG/ZOG
| Vrijheidsgraad | Toelichting |
|---|---|
| Schematische vrijheid | Deze vrijheidsgraad is niet toegepast. |
| Markthuur (stijging) | Zowel de markthuur als de markthuurstijging zijn als vrijheidsgraad toegepast. De taxateur acht een eigen inschatting beter passend bij de portefeuille van SallandWonen. De taxateur heeft op complexniveau referenties geraadpleegd uit de NVM-database. Bandbreedte € 40-150. |
| Exit yield | Deze vrijheidsgraad is toegepast. De taxateur acht een modelmatige eindwaardeberekening conform het Handboek niet realistisch. Door taxateur vastgestelde exit yields zijn als vrijheidsgraad gebruikt. Bandbreedte 7-13,8%. |
| Leegwaarde (stijging) | Deze vrijheidsgraad is niet van toepassing. |
| Disconteringsvoet | Deze vrijheidsgraad is toegepast. De taxateur acht een eigen inschatting beter passend bij de portefeuille van SallandWonen. Bandbreedte 6-10,5%. |
| Onderhoud | Deze vrijheidsgraad is niet toegepast. |
| Technische splitsingskosten | Deze vrijheidsgraad is niet toegepast. |
| Mutatie- en verkoopkans | Deze vrijheidsgraad is toegepast bij alle complexen. Na expiratie van het huurcontract is een mutatiekans van 100% ingerekend. |
| Bijzondere uitgangspunten | Deze vrijheidsgraad is niet toegepast. |
| Erfpacht | Deze vrijheidsgraad is wel toegepast. Voor complex 106165502 is een jaarlijkse canon opgenomen conform opgave opdrachtgever. |
| Exploitatiescenario | Deze vrijheidsgraad is niet van toepassing. |
Parkeergelegenheden
| Vrijheidsgraad | Toelichting |
|---|---|
| Schematische vrijheid | Deze vrijheidsgraad is niet toegepast. |
| Markthuur (stijging) | Deze vrijheidsgraad is toegepast. De taxateur acht een eigen inschatting beter passend bij de portefeuille van SallandWonen. Bandbreedte 2-2,9%. |
| Exit yield | Deze vrijheidsgraad is toegepast. De taxateur acht een modelmatige eindwaardeberekening conform het Handboek niet realistisch. Door taxateur vastgestelde exit yields zijn als vrijheidsgraad gebruikt. Bandbreedte 6%. |
| Leegwaarde (stijging) | De leegwaarde is wel als vrijheidsgraad gebruikt, de leegwaardestijging niet. De taxateur acht een eigen inschatting beter passend bij de portefeuille van SallandWonen. Taxateur heeft op complexniveau referenties geraadpleegd uit de NVM-database. Bandbreedte 15.250 en 2%. |
| Disconteringsvoet | Deze vrijheidsgraad is toegepast. De taxateur acht een eigen inschatting beter passend bij de portefeuille van SallandWonen. Bandbreedte 6,5-7,3%. |
| Onderhoud | Deze vrijheidsgraad is toegepast. De taxateur acht een inschatting van regulier onderhoud op basis van de Vastgoedtaxatiewijzer 2021 beter passend. Bandbreedte € 52-211. |
| Technische splitsingskosten | Deze vrijheidsgraad is niet toegepast. |
| Mutatie- en verkoopkans | Deze vrijheidsgraad is toegepast. In beginsel geldt de historische mutatiegraad als uitgangspunt. Bandbreedte 10%. |
| Bijzondere uitgangspunten | Deze vrijheidsgraad is niet toegepast. |
| Erfpacht | Deze vrijheidsgraad is niet toegepast. |
| Exploitatiescenario | Deze vrijheidsgraad is niet toegepast. |
Uitgaven na eerste verwerking
De uitgaven na eerste verwerking (de zogeheten na-investeringen) dienen te worden geactiveerd, indien het waarschijnlijk is dat de toekomstige prestatie-eenheden ten gunste van de toegelaten instelling zullen komen. Bij uitgaven na eerste verwerking dient de beoordeling of en in hoeverre sprake is van een bijzonder waardeverminderingsverlies te zijn gebaseerd op de kasstroom genererende eenheid waarop de uitgaven na eerste verwerking betrekking hebben. Het zogeheten onrendabele deel wordt ten laste van de winst-en-verliesrekening verantwoord onder de post overige waardeveranderingen vastgoed.
Herwaardering
Jaarlijks wordt op balansdatum de actuele waarde van de onroerende zaken in exploitatie opnieuw bepaald. (Ongerealiseerde) winsten of verliezen ontstaan door een wijziging in de actuele waarde worden verantwoord in de winst-en-verliesrekening. Wanneer op complexniveau de actuele waarde de boekwaarde op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs (kostprijs) overtreft, wordt een herwaarderingsreserve gevormd ten laste van de overige reserves die wordt toegelicht bij het eigen vermogen. De boekwaarde op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs betreft de initiële verkrijgings-of vervaardigingsprijs (derhalve niet verminderd met cumulatieve afschrijvingen en waardeverminderingen).
2. Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie
Onroerende zaken in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie betreft complexen in aanbouw ten behoeve van toekomstige verhuurexploitatie. De complexen in aanbouw worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs en toegerekende kosten van het werkapparaat uit hoofde van voorbereiding, toezicht en directievoering onder aftrek van een bijzondere waardevermindering. Voorts wordt rente tijdens de bouw toegerekend. De geactiveerde rente wordt berekend tegen 5%, bij groot onderhoud projecten wordt per project een afwijkend rentepercentage gehanteerd. Voor onroerende zaken waarvoor specifieke financiering is aangetrokken, wordt de interestvoet van deze specifieke financiering gehanteerd. Wanneer de marktwaarde van de onroerende zaken in ont¬wikkeling, bepaald op basis van dezelfde grondslagen als voor de onroerende zaken in exploitatie (inclusief macro economische parameters), lager is dan de verkrijgings- of vervaardigingsprijs, vindt afwaardering naar deze lagere waarde plaats. Deze afwaardering wordt in de resultatenrekening verantwoord onder ‘overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille’.
3. Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden
De onroerende zaken die in het kader van een regeling verkoop onder voorwaarden zijn overgedragen aan een derde en waarvoor de toegelaten instelling een terugkoopplicht kent worden gewaardeerd tegen actuele waarde zijnde de met de koper overeengekomen contractprijs (eerste verwerking). De actuele waarde na eerste verwerking is de marktwaarde op basis van de regeling verkoop onder voorwaarden.
Voor de in de regeling overeengekomen overdrachtswaarde wordt aan de passivazijde van de balans onder de langlopende schulden een terugkoopverplichting opgenomen. Deze schuld is een inschatting, gebaseerd op de reële waardeontwikkeling van het achterliggende actief. Deze terugkoopverplichting wordt jaarlijks gewaardeerd in overeenstemming met de contractvoorwaarden.
De waarde mutaties in onroerende zaken verkocht onder voorwaarden worden rechtstreeks in de winst-en-verliesrekening in de post “Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille” verantwoord. De waarde mutaties inzake de terugkoopverplichting worden rechtstreeks in de winst- en verliesrekening in de post “Waardeveranderingen verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden” verantwoord.
Materiële vaste activa
4. Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie
De onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie worden gewaardeerd op basis van de verkrijgingsprijs, verminderd met de cumulatieve afschrijvingen en indien van toepassing met bijzondere waardeverminderingen. De afschrijvingen worden gebaseerd op de geschatte economische levensduur en worden berekend op basis van een vast percentage van de verkrijgingsprijs. Er wordt afgeschreven vanaf het moment van ingebruikneming. Op terreinen wordt niet afgeschreven.
Financiële vaste activa
5. Latente belastingvordering
Onder de financiële vaste activa zijn actieve belastinglatenties opgenomen, indien en voor zover het waarschijnlijk is dat realisatie van de belastingclaim te zijner tijd zal kunnen plaatsvinden. Deze actieve latenties zijn gewaardeerd tegen contante waarde en hebben overwegend een langlopend karakter.
Deelnemingen (enkelvoudige balans)
Deelnemingen waarin invloed van betekenis op het zakelijke en financiële beleid kan worden uitgeoefend, worden gewaardeerd volgens de vermogensmutatiemethode op basis van de nettovermogenswaarde. Bij de bepaling van de nettovermogenswaarde worden de waarderingsgrondslagen van SallandWonen gehanteerd. Deelnemingen met een negatieve nettovermogenswaarde worden op nihil gewaardeerd. Wanneer SallandWonen garant staat voor de schulden van de betreffende deelneming wordt een voorziening gevormd. Deze voorziening wordt primair ten laste van de vorderingen op deze deelneming gevormd en voor het overige onder de voorzieningen ter grootte van het aandeel in de door de deelneming geleden verliezen, dan wel voor de verwachte betalingen door SallandWonen ten behoeve van deze deelneming.
Vlottende activa
6. Voorraad materialen
De voorraad materialen wordt gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs of lagere netto opbrengstwaarde.
7. Voorraad opgeleverde kooplocaties
Vastgoed bestemd voor verkoop betreft de voorraad grondposities. Opgeleverd vastgoed bestemd voor verkoop wordt gewaardeerd tegen vervaardigingsprijs of lagere netto-opbrengstwaarde. Leegstaande panden voor de verkoop worden gewaardeerd tegen marktwaarde of lagere netto-opbrengstwaarde. Deze lagere netto-opbrengstwaarde wordt bepaald door individuele beoordeling van de voorraden.
De vervaardigingsprijs omvat de bouwkosten, de directe loonkosten en de overige kosten die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend inclusief toegerekende rente en uren. De netto-opbrengstwaarde is gebaseerd op een verwachte verkoopprijs, onder aftrek van nog te maken kosten voor voltooiing en verkoop.
8-10. Vorderingen
De vorderingen worden bij eerste verwerking opgenomen tegen de reële waarde en vervolgens gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs. De reële waarde en geamortiseerde kostprijs zijn gelijk aan de nominale waarde. Noodzakelijk geachte voorzieningen voor het risico van oninbaarheid worden in mindering gebracht. Deze voorzieningen worden bepaald op basis van individuele beoordeling van de vorderingen.
11. Liquide Middelen
De liquide middelen bestaan uit kas, banktegoeden en deposito’s met een looptijd korter dan twaalf maanden. Rekening-courantschulden bij banken zijn opgenomen onder schulden aan kredietinstellingen onder de kortlopende schulden.
De liquide middelen zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde. Indien middelen niet ter vrije beschikking staan, dan wordt hiermee bij de waardering rekening gehouden.
Eigen vermogen
12. Herwaarderingsreserve
Waardevermeerderingen van activa die worden gewaardeerd tegen actuele waarde worden verwerkt in het resultaat. De herwaarderingsreserve wordt gevormd ten laste van de overige reserves.
De herwaarderingsreserve wordt gevormd per individueel actief en is niet hoger dan het positieve verschil tussen boekwaarde op basis van actuele waarde en de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Voor het DAEB en niet-DAEB-vastgoed in exploitatie wordt de herwaarderingsreserve bepaald per waarderingscomplex. Bij het bepalen van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs wordt uitgegaan van de initiële verkrijgings- of vervaardigingsprijs, zonder rekening te houden met enige afschrijving of waardevermindering. De herwaarderingsreserve wordt verminderd met de gerealiseerde herwaardering. Als een actief wordt vervreemd, valt een eventueel aanwezige herwaarderingsreserve met betrekking tot dat actief vrij ten gunste van de overige reserves.
Voorzieningen
15. Voorziening onrendabele investeringen en herstructurering
In de jaarrekening worden naast juridisch afdwingbare verplichtingen tevens feitelijke verplichtingen verwerkt die kunnen worden gekwalificeerd als ‘intern geformaliseerd en extern gecommuniceerd’. Hiervan is sprake wanneer uitingen namens SallandWonen zijn gedaan richting huurders, gemeenten of overige stakeholders aangaande verplichtingen inzake toekomstige herstructureringen en toekomstige nieuwbouwprojecten. Een feitelijke verplichting is gekoppeld aan het besluitvormingsproces van SallandWonen rondom projectontwikkeling en herstructurering. Van een feitelijke verplichting is sprake indien de besluitvorming genomen is. De aannames gedaan bij de financiële impact van bovengenoemde feitelijke verplichtingen kunnen afwijken bij daadwerkelijke realisatie van de projecten. Planvorming kan onder meer wijzigingen in de tijd ondergaan door bewegingen in het prijsniveau van leveranciers, wettelijke procedures en aanpassingen in de voorgenomen bouwproductie.
Verwachte verliezen als gevolg van onrendabele investeringen worden als bijzondere waardeverandering in mindering gebracht op de stichtingskosten van het project. Indien en voor zover de verwachte verliezen de investeringen overstijgen, wordt voor dit meerdere een voorziening gevormd. Onder verwachte verliezen wordt in dit verband verstaan het verschil tussen de verwachte marktwaarde en de stichtingskosten, indien de stichtingskosten de hoogste zijn van beide.
16. Latente belastingverplichtingen
Voor een toelichting op de waarderingsgrondslag voor het bepalen van de voorziening latente belastingverplichting wordt verwezen naar de post belastingen. De voorziening latente belastingverplichting is gewaardeerd tegen contante waarde, gebaseerd op het tarief waartegen de afwikkeling naar verwachting zal plaatsvinden, rekening houdend met een netto-rente van 1,8%.
17-18. Langlopende Schulden
Bij de eerste waardering van langlopende schulden worden deze opgenomen tegen reële waarde verminderd met direct daartoe te rekenen transactiekosten. Langlopende en kortlopende schulden en overige financiële verplichtingen worden na eerste opname gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve rentemethode.
De aflossingsverplichting voor het komende jaar van de langlopende schulden is opgenomen onder de kortlopende schulden.
19. Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden
SallandWonen heeft in het kader van de verkoop van woningen onder voorwaarden een terugkoopverplichting die afhankelijk is van de waardeontwikkeling van de woningen. De terugkoopverplichting wordt jaarlijks gewaardeerd. Indien de verwachting bestaat dat de terugkoop binnen één jaar zal plaatsvinden, is de verplichting onder de kortlopende schulden verantwoord. Voor de post “Terugkoopverplichting woningen verkocht onder voorwaarden” wordt verder verwezen naar hetgeen onder “Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden” is opgenomen.
20-24. Kortlopende schulden
Bij de eerste opname van kortlopende schulden worden deze opgenomen tegen reële waarde verminderd met direct daartoe te rekenen transactiekosten.
De kortlopende schulden worden na de eerste waardering gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs volgens de effectieve rente methode. Winst of verlies worden in de winst- en verliesrekening opgenomen zodra de verplichtingen niet langer op de balans worden opgenomen, alsmede het amortisatieproces.
Grondslagen van resultaatbepaling in de jaarrekening
Algemeen
Het resultaat wordt bepaald met inachtneming van de hiervoor vermelde waarderingsgrondslagen. Winsten worden verantwoord in het jaar waarin zij zijn gerealiseerd. Verliezen worden opgenomen in het jaar waarin zij voorzienbaar zijn. De winst- en verliesrekening wordt gepresenteerd conform het functionele model. Om tot de functionele indeling te komen wordt gebruik gemaakt van een kosten verdeelstaat. Hierbij worden de niet direct toerekenbare lasten toegerekend aan de verschillende activiteiten. De verdeelsleutel is bepaald op basis van de werkelijke activiteiten van de werknemers.
25. Huuropbrengsten
Hieronder zijn opgenomen de opbrengsten voortvloeiend uit de met huurders gesloten huurovereenkomsten. Huuropbrengsten worden lineair in de winst- en verliesrekening opgenomen gedurende de looptijd van de huurovereenkomst. De huren worden jaarlijks binnen de wettelijke kaders verhoogd in overeenstemming met het huurbeleid van SallandWonen.
26. Opbrengsten servicecontracten
Opbrengsten servicecontracten betreffen overeengekomen bijdragen van huurders en worden aangemerkt als zijnde gerealiseerd in het jaar van levering van de goederen en diensten. De bijdragen zijn voor de dekking van de te maken en gemaakte servicekosten. Verrekening op basis van daadwerkelijke bestedingen vindt jaarlijks plaats. Gemaakte servicekosten worden verantwoord onder de lasten servicecontracten.
27. Lasten servicecontracten
De lasten servicecontracten betreffen de kosten voor levering en dienst zoals energie, glasverzekering en zonnepanelen.
28. Lasten verhuur- en beheeractiviteiten
Hier worden zowel de directe lasten voor de verhuur- en beheeractiviteiten als de indirecte lasten via de kostenverdeelstaat verantwoord.
29. Lasten onderhoudsactiviteiten
Onder deze post worden alle direct aan het verslagjaar toe te rekenen kosten van onderhoud verantwoord. Van toerekenbaarheid is sprake als de daadwerkelijke werkzaamheden in het verslagjaar hebben plaatsgevonden. Onder deze post worden de kosten ten behoeve van planmatig onderhoud, mutatieonderhoud, klachtenonderhoud en contractonderhoud verantwoord. Reeds aangegane verplichtingen waarvan de werkzaamheden nog niet zijn uitgevoerd op balansdatum worden verwerkt onder de niet uit de balans blijkende rechten en verplichtingen.
30. Overige directe exploitatielasten exploitatie bezit
Onder deze post worden kosten verantwoord die direct veroorzaakt worden doordat SallandWonen vastgoed heeft, maar die niet aan de activiteiten verhuur, beheer, onderhoud of leefbaarheid toegerekend kunnen worden. Voorbeelden hiervan zijn de verhuurderheffing, belastingen en verzekeringskosten.
31-33. Netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille
De post ‘Netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille’ betreft het saldo van de behaalde verkoopopbrengst minus de gemaakte direct toerekenbare verkoopkosten en de geactiveerde waarde met betrekking tot het vastgoed. Opbrengsten uit de verkoop van onroerende zaken worden in de winst- en verliesrekening verwerkt wanneer de belangrijke risico’s en voordelen van eigendom aan de koper zijn overgedragen, de inning van de verschuldigde vergoeding waarschijnlijk is, de hiermee verband houdende kosten betrouwbaar kunnen worden ingeschat en er geen sprake is van aanhoudende betrokkenheid van management bij de onroerende zaken. Opbrengsten van de verkochte huurwoningen worden verantwoord op het moment van juridische levering (passeren transportakte).
34-36. Waardeveranderingen vastgoedportefeuille
Hieronder zijn begrepen de overige waardeveranderingen voorraden en de waardeveranderingen met betrekking tot de vastgoedportefeuille bestaande uit vastgoed in exploitatie en vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie.
37-38. Nettoresultaat overige activiteiten
Onder deze post zijn de opbrengsten en kosten van beheer voor derden en VvE beheer verantwoord.
39. Overige organisatiekosten
Onder de post overige organisatiekosten worden kosten verantwoord die niet zijn toe te rekenen aan de primaire activiteiten van SallandWonen. Het betreft hier niet-object gebonden kosten en algemene organisatiekosten.
40. Kosten omtrent leefbaarheid
Onder de post leefbaarheid zijn leefbaarheidsuitgaven inzake sociale activiteiten en fysieke activiteiten opgenomen. Voorbeelden van sociale activiteiten zijn wijkgebonden uitgaven voor ondersteuning van bewonersinitiatieven, uitgaven inzake bestrijding overlast, buurtbemiddeling en schuldsanering. Bij fysieke activiteiten kan gedacht worden aan uitgaven voor groenvoorziening, schoonmaakkosten of kosten voor verlichting van achterpaden.
41-42. Financiële baten en lasten
Rentebaten worden tijdsevenredig in de winst-en-verliesrekening verwerkt rekening houdend met de effectieve rentevoet van de desbetreffende actiefpost, indien hun bedrag bepaalbaar is en hun ontvangst waarschijnlijk. Rentelasten worden toegerekend aan de opeenvolgende verslagperioden naar rato van de resterende hoofdsom. (Dis)agio en aflossingspremies worden als rentelast aan de opeenvolgende verslagperioden toegerekend zodanig dat tezamen met de over de lening verschuldigde rentevergoeding de effectieve rente in de winst- en verliesrekening wordt verwerkt en in de balans de amortisatiewaarde van de schuld. Periodieke rentelasten en soortgelijke lasten komen ten laste van het jaar waarover zij verschuldigd worden.
43. Belastingen
Belastingen over de resultaten omvatten de over de verslag¬periode verschuldigde en verrekenbare winstbelastingen en latente belastingen. De belastingen worden in de winst- en verliesrekening opgenomen, behoudens voor zover deze betrekking hebben op posten die rechtstreeks in het eigen vermogen worden opgenomen, in welk geval de belasting in het eigen vermogen wordt verwerkt.
De over het boekjaar verschuldigde en verrekenbare belasting is de naar verwachting te betalen belasting over de belastbare winst over het boekjaar, rekening houdend met de fiscale faciliteiten, berekend aan de hand van belastingtarieven die zijn vastgesteld op verslagdatum, dan wel waartoe materieel al op verslagdatum is besloten, en eventuele correcties op de over voorgaande jaren verschuldigde belasting.
Voor latente belastingen wordt een vordering dan wel een voorziening getroffen voor tijdelijke verschillen tussen de boekwaarde van activa en verplichtingen ten behoeve van de financiële verslaggeving en de fiscale boekwaarde van die posten.
Er wordt uitsluitend een latente belastingvordering opgenomen voor zover het waarschijnlijk is dat er in de toekomst belastbare winsten beschikbaar zullen zijn die voor de realisatie van het tijdelijke verschil dan wel compensabele verliezen kunnen worden aangewend. Latente belastingvorderingen worden per iedere verslagdatum herzien en verlaagd voor zover het niet langer waarschijnlijk is dat het daarmee samenhangende belastingvoordeel zal worden gerealiseerd.
Latente belastingvorderingen zijn opgenomen onder de financiële vaste activa. Het deel met een verwachte looptijd korter dan een jaar wordt toegelicht. De latenties worden gewaardeerd tegen contante waarde.
Resultaat uit deelnemingen (enkelvoudige winst- en verliesrekening)
Als resultaat van deelnemingen waarin invloed van betekenis wordt uitgeoefend op het zakelijke en financiële beleid, wordt opgenomen het aan de woningcorporatie toekomende aandeel in het resultaat van deze deelnemingen. Dit resultaat wordt bepaald op basis van de bij SallandWonen geldende grondslagen voor waardering en resultaatbepaling.
Bij deelnemingen waarin geen invloed van betekenis op het zakelijke en financiële beleid wordt uitgeoefend, wordt het dividend als resultaat aangemerkt. Verwerking hiervan vindt plaats onder de financiële baten en lasten.
Personeel
Lonen, salarissen en sociale lasten worden op grond van de arbeidsvoorwaarden verwerkt in de winst- en verliesrekening voor zover ze verschuldigd zijn aan werknemers respectievelijk de belastingautoriteit.
Toerekening baten en lasten
Om tot de functionele indeling van de winst- en verliesrekening te komen wordt gebruik gemaakt van een kostenverdeelstaat. De kostenverdeelstaat dient een zo betrouwbaar mogelijke weergave te zijn van de werkelijkheid maar geen exactheid. Hierbij is de afweging belangrijk tussen enerzijds nauwkeurigheid en anderzijds de administratieve lasten die hiermee gepaard gaan.
Middels deze kostenverdeelstaat worden de kosten van personeel, organisatie en afschrijving toegerekend naar de activiteiten zoals opgenomen in de functionele winst- en verliesrekening. Om tot deze verdeling te komen wordt jaarlijks bepaald hoe de tijdsbesteding van de medewerkers is geweest. Deze tijdsbesteding is de basis voor de toerekening van de diverse kosten aan de activiteiten in de functionele jaarrekening.
Grondslagen voor het kasstroomoverzicht
Het kasstroomoverzicht wordt opgesteld volgens de directe methode. De geldmiddelen in het kasstroomoverzicht bestaan uit liquide middelen en vlottende effecten. De effecten kunnen worden beschouwd als zeer liquide beleggingen. Winstbelastingen, ontvangen interest, betaalde interest en ontvangen dividenden worden opgenomen onder de kasstroom uit operationele activiteiten. Betaalde dividenden worden opgenomen onder de kasstroom uit financieringsactiviteiten. De verkrijgingsprijs van verworven groepsmaatschappijen wordt opgenomen onder de kasstroom uit investeringsactiviteiten, voor zover betaling in geldmiddelen heeft plaatsgevonden. Hierbij worden geldmiddelen aanwezig in deze groepsmaatschappijen afgetrokken van de aankoopprijs.
Transacties waarbij geen ruil van geldmiddelen plaatsvindt, waaronder financiële leasing, worden niet in het kasstroomoverzicht opgenomen. De betaling van de leasetermijnen uit hoofde van het financiële leasecontract wordt voor het gedeelte dat betrekking heeft op de aflossing als een uitgave uit financieringsactiviteiten aangemerkt en voor het gedeelte dat betrekking heeft op de interest als een uitgave uit operationele activiteiten.
Continuïteitveronderstelling
Deze jaarrekening is opgesteld uitgaande van de continuïteitsveronderstelling.